Email

De evolutie van de planten

Een beknopt overzicht van de ontwikkeling van de flora

I. Siluur en Devoon

PlantenevolutieII. Carboon en Vroeg-Perm
III. Perm - Vroeg-Krijt
IV. Krijt - heden

Cooksonia van Wales

De oudste met het blote oog zichtbare fossielen van landplanten dateren van 425 miljoen jaar terug. Het zijn onooglijk kleine plantjes uit het Midden-Siluur van Ierland, Cooksonia geheten. Cooksonia-plantjes hadden vorkvormig vertakte stengeltjes met knopjes aan de uiteinden. In die knopjes zaten de sporen en daarom heten ze sporenkapsels ofwel sporangia. Zo'n 20 tot 30 miljoen jaar lang waren dit de meest voorkomende planten. Aan het eind van het Vroeg-Devoon zijn ze uitgestorven. Op de foto mijn mooiste exemplaar van Cooksonia. Het komt uit Zuid-Wales en is 3,5 cm hoog. Klik hier voor meer informatie over Cooksonia.
Kort geleden zijn er microscopisch kleine vondsten gedaan in Oman die er op wijzen dat de landplanten al 475 miljoen jaar geleden bestonden.De oudste landplanten stamden naar alle waarschijnlijkheid af van groene algen die in zee leefden.

Reconstructie van Cooksonia

Sawdonia ornata In het Vroeg-Devoon, vanaf ongeveer 410 miljoen jaar geleden, werd de flora vormenrijker. Nieuwe groepen planten ontstonden, maar de planten waren nog klein (niet hoger dan 50 cm). Bloemen ontstonden pas veel later. Blaadjes waren er ook nog niet, uitgezonderd schubvormige blaadjes zoals de wolfsklauwen die hebben (zie foto rechts).
Wel hadden diverse planten stekels (zie foto links). Die waren niet ter verdediging want het dierlijk leven op het land was nog minimaal en bovendien waren de landdiertjes nog erg klein (miljoenpoten, springstaartjes, spinachtigen, minikreeftjes, etc.). De functie van de stekels was waarschijnlijk het vergroten van het groene oppervlak (de bladfunctie dus). Verder gaven de stekels misschien houvast bij de vorming van kleine struwelen, waarin planten van één soort min of meer op elkaar hingen.

Thursophyton milleri

Alle planten van die tijd waren sporenplanten, zoals nu nog de mossen, de varens, de wolfsklauwen en de paardenstaarten. Maar ze zijn zo verschillend van de nu nog levende planten dat het vrijwel onmogelijk is te zeggen bij welke groep ze horen. Die oude planten zijn ook allemaal uitgestorven.
Over deze oerplanten is nog maar betrekkelijk weinig bekend omdat er maar weinig gave fossielen van gevonden worden. Vaak zijn de planten van grote afstand door rivieren aangevoerd voordat ze in de modder terecht kwamen en konden fossiliseren. Daardoor zijn de planten in de meeste gevallen in kleine stukjes gehakt voordat ze fossiel werden. Men spreekt in dit geval wel van 'haksel' en daar is weinig eer aan te behalen. Slechts op een paar plekken zijn de planten uit het Onder- en Midden-Devoon goed bewaard gebleven.

Rhynie vroeger Een geweldige bron van informatie over de oudste landplanten is de zg. Rhynie chert.
Bij het Schotse plaatsje Rhynie was 400 miljoen jaar geleden een soort Yellowstonepark met geisers die kiezelhoudend water uitbraakten. Daardoor is daar een compleet verkiezeld moeras ontstaan waarin de planten soms tot op de cel nauwkeurig bewaard zijn gebleven. Ook veel diertjes zijn daar gevonden. Op de foto rechts stengeltjes van het plantje Rhynia (1 mm in doorsnede).
Klik hier voor een uitgebreide beschrijving van de Rhynie chert.
Stengeldoorsneden van Rhynia

Archaeopteris Tijdens het Midden-Devoon werden de planten hoger en ontstonden er boompjes van enkele meters hoog. Kort geleden is zelfs een stam met aangehechte kroon ontdekt in de Amerikaanse staat New York. Deze boom heet Eospermatopteris en kon tot 9 m hoog worden. Hij dateert uit het late Midden-Devoon. Lees meer hierover.
Uit het Laat-Devoon is de Archaeopteris (niet te verwarren met de oervogel Archaeopterix)
de bekendste boom. Hij was een voorloper van de coniferen en kon tot 18 m hoog worden. De figuur links is een reconstructie uit de mooie website Devonian Times. Vooral in België worden nogal wat planten uit het Boven-Devoon gevonden. Een voorbeeld is Rhacophyton, die in de buurt van Luik voorkomt (foto rechts) en die waarschijnlijk een voorloper is van de varens. Hij heeft nog geen blaadjes, maar wel haakjes aan de takken.

Rhacophyton condrusorum

Moresnetia Aan het eind van het Devoon ontstonden de eerste planten met zaadjes. De oudste zaadplant van Europa wordt gevonden in België en hij is genoemd naar het grensplaatsje Moresnet. Hij heet namelijk Moresnetia (zie foto links). Deze plant heeft primitieve zaadjes: ze zijn nog niet helemaal omhuld, zoals dat bij de huidige zaden het geval is. Kort geleden is in België nog weer een voorloper van deze plant ontdekt. Klik hier om het artikel daarover te lezen.
De zaadplanten zijn steeds belangrijker geworden in de loop der miljoenen jaren. Het was blijkbaar een succesvolle formule want tegenwoordig zijn verreweg de meeste planten zaadplanten. De sporenplanten zijn langzaam maar zeker naar de achtergrond verdrongen. Klik hier voor een meer uitgebreide beschrijving van de vroege landplanten.

Top                                                   Vervolg