Evolutie van de planten          Evolutie van de varens          De oudste landplanten           Cooksonia           Pachytheca           Prototaxites          Rhynie Chert
Vier zeer oude planten            Parka            Miljoenpoten         Crock Hey       (Zaad)varens         Schorpioen         Lepidodendron        Sigillaria      Calamites
Hout van Calamites       Cordaites      Blad van Neuropteris       Diertjes in het steenkolenwoud      Graissessac     Perm van Lodève     Psaronius       Tempskya
Coniferenhout     Bayreuth     Yorkshire      Palmhout     Loofhout     Manosque      Links     Paleobotanische boeken    Publicaties      Lezingen   Acht fossielen

                                                                       Email

De raadselachtige plant Parka decipiens

Deze plant leefde in het Laat-Siluur en het Vroeg-Devoon, zo'n 400 miljoen jaar geleden. Vooral in de oude groeves in de omgeving van Forfar ten noorden van Dundee in Schotland wordt hij veel als fossiel gevonden. Maar ook Oude groeve bij Forfarop andere plaatsen in de wereld komt hij voor.

Het fossiel ziet er uit als een plakkaatje van 0,5 - 7,5 cm doorsnede met een netvormige structuur er op. De vorm is cirkelvormig, elliptisch of onregelmatig.
Bij zeer goede conservering zitten er kolige schijfjes in de 'mazen' van het net.
Door die schijfjes op een bepaalde manier met salpeterzuur en andere chemicaliën te behandelen, is het mogelijk de inhoud zichtbaar te maken: een massa kleine lichaampjes (diameter ongeveer 35 µm), die sporen worden genoemd. Of het echte sporen zijn, is niet zeker. Ze missen namelijk het trilete merk, een Y-vormig litteken, dat de meeste echte sporen wel hebben.
De sporen zijn altijd plat gedrukt en ze vertonen soms barsten en plooien. In een sporangium zitten naar schatting zo'n 35000 sporen.

Parka van Forfar (2 cm)Gave exemplaren van Parka decipiens hebben een rand met een breedte van 0,2 -1,2 mm. Dit was een groeirand, waarin ook de sporangia gevormd werden. Inderdaad kun je bij sommige exemplaren zien dat aan de rand onvolledige sporangia liggen. Deze waren in het stadium van de vorming.

Bij sommige exemplaren is in het midden een uitsteeksel te zien dat 'holdfast' wordt genoemd. Men neemt aan dat de plant daarmee aan de ondergrond vast zat.
Een klein percentage van Parka vertoont een patroon van radiale lijnen. Deze zaten waarschijnlijk aan de onderzijde en hadden iets te maken met de aanhechting aan de ondergrond.
We hebben een exemplaar van Parka gevonden op de kop van de kaakloze vis Cephalaspis.

Over de ware aard van Parka decipiens heeft men allerlei ideeën gehad. Achtereenvolgens is in de vorige eeuw gedacht aan een bloeiwijze van een plant (b.v. een egelskop), aan slakkeneieren, aan kikkerdril, aan een braamachtige vrucht en aan een pakket eieren van een zeeschorpioen. In 1891 werden de sporen ontdekt en vanaf dat moment begreep men dat het om een plant ging.

Nog steeds kan men Parka niet plaatsen. De plant lijkt op sommige bestaande levermossen, maar ook op bestaande algen. De chemische samenstelling wijst op verwantschap met groene algen. Samen met enkele andere raadselplanten vormde Parka waarschijnlijk een groep planten die probeerde het nog kale land te koloniseren. De hogere planten, zoals Cooksonia, die tegelijkertijd ontstonden, hebben daar misschien een stokje voor gestoken.

Schaal van EurypterusIn dezelfde lagen als Parka komen ook objecten voor die op Parka lijken, maar die geschulpt zijn, als in de foto hiernaast. Dat is geen afwijkende Parka maar een stuk Eurypterus-schaal. Klik op de foto om hem te vergroten.

Top