Terug

De oude vredetoon

De oude vredetoon kan ik niet wedervinden,
De trage stem, die 't zoete schoonste lied uitzegt.
Z'is hard en kort gegroeid en vindt géén klanken, die zich binden
In zachte harmonie - het oude kleed is uitgelegd ...
De oneffen naden blijven draaie' en winden,
't Is wijd en ruim - en vlek'loos recht -
Doch 'k ben de prater geworden, de immer boosgezinde
Tot d'aarde, die oneven is en slecht -
Doch d'oude zoete fluit haal ik in stille stond
Uit de vergeten hoek, waar ik ze vond,
En in de zelfgenoegzame uren
Speelt zij weer 't oude lied, het schoone en pure, ...
Mijn taal, die 'k dan de donk're stoorder toebijt in mijn drift,
Het is mijn nieuwe taal - in haast gezaaid en niet gezift -