Darwin 11

Vorige

Stop

Volgende

Kapitein FitzRoy
Uit: Charles Darwin, Bowlby, 1990

De Beagle
Uit: Charles Darwin, Sproule 1990

Toen hij op 29 augustus 1831 thuiskwam in Shrewsbury, lag de belangrijkste brief van zijn leven op hem te wachten. Kapitein FitzRoy van het landmeetkundig onderzoeksschip de Beagle zocht een natuuronderzoeker voor een wereldreis en Henslow had Darwin aanbevolen. Darwin was heel enthousiast maar zijn vader zette een domper op zijn vreugde door toestemming te weigeren. Hij zag aankomen dat Darwin geen predikant zou worden. Wel zei hij, dat als Darwin een verstandig persoon kon vinden, die hem zou adviseren die wl te geven, dat hij dan zijn mening zou veranderen. De volgende dag ontmoette Darwin Uncle Jos (Wedgwood) en die reageerde heel positief en schreef een brief aan Robert Darwin, die daarop zijn toestemming gaf. (sommige bronnen zeggen zelfs dat Robert zelf Darwin aangeraden heeft Uncle Jos te raadplegen).
Toen ging alles heel snel ... Op 5 september maakte Darwin kennis met FitzRoy, een aristocratische man uit een zwaarmoedige familie, die hoopte in Darwin een goede metgezel te krijgen. Toch liep het nog bijna mis omdat FitzRoy vond dat Darwin een karakterloze neus en kin had. Hij deed namelijk aan fysiognomie: een 'wetenschap' die dacht het karakter te kunnen aflezen uit de gelaatstrekken. Maar Darwin enthousiaste uitstraling won het toch.

Meer weten?
Robert FitzRoy (in het Engels, niet gemakkelijk)

Darwin (lees vader Darwin) moest alles zelf betalen voor de voor 2 jaar geplande reis. In korte tijd moesten alle inkopen gedaan worden. Microscoop, geweer, twee pistolen, materiaal om dieren op te zetten, boeken, geologisch kompas, enz. enz.

Het schip, de Beagle, waarmee ze de wereldreis zouden maken, was erg klein: 30 bij 8 m. Het was enorm opgeknapt door FitzRoy tot een driemastbark en gemoderniseerd. Darwin zei dat hij nog nooit zo'n mooi schip had gezien. Hij sliep in een hangmat boven de kaartentafel, 60 cm onder het bovenlicht. Er waren 73 man aan boord, waaronder drie Vuurlanders die FitzRoy op een vroegere reis had meegebracht en die nu Engels geleerd hadden. Men wilde ze terugbrengen om te kijken of ze soms iets van de Engelse beschaving aan de wilde Vuurlanders konden doorgeven.
Door slecht weer kon de Beagle pas op 27 december 1831 uitvaren. Het wachten viel Darwin heel zwaar en zijn gezondheid leed er onder.

FitzRoy was een zeer dogmatisch man, heel gelovig: hij nam elk woord van de Bijbel letterlijk. Verder had hij een slecht ochtendhumeur. Darwin had al zijn tact nodig om de relatie goed te houden. Hij wist wanneer hij moest verdwijnen om geen ruzie te krijgen.
Een moeilijk punt daarbij was hun verschil in opvatting over slavernij. FitzRoy verdedigde deze en prees ze zelfs, terwijl Darwin slavernij verafschuwde. Tijdens de reis hebben ze daar dan ook ernstige ruzie over gehad.
Darwin had echter ook respect voor zijn kundigheid als kapitein en landmeter.

Meer weten?
De Beagle

Darwin 11

Vorige

Stop

Volgende